skip to Main Content

10 vragen aan… Wim Daniëls

10 Vragen Aan… Wim Daniëls

Wim Daniëls (60) is schrijver, taalkundige en cabaretier. Het grote publiek kent hem ook van tv-programma Het Dorp waarin hij samen met Huub Stapel op een motor op zoek gaat naar het dorpsgevoel. Wim wil graag de Waddeneilanden eens bezoeken en van vriendelijkheid wordt hij vrolijk. CITY stelde Wim Daniëls tien vragen.

Met Huub Stapel ging u op zoek naar het dorpsgevoel. Wat is dat?
,,De gemeenschapszin die je er vond en in veel gevallen nog vindt. Het dorp is niet dood, maar het loopt wel gevaar doordat er bestuurders zijn met een enorme fusiedrift. En sommige steden zijn erg begerig om dorpen op te slokken.”

Uw laatste boek ‘De zomer van 1945’ gaat over de periode na de oorlog. Waarom die periode?
,,Mijn moeder was in de zomer van 1945 in verwachting van mijn broer Wim. Zelf heet ik ook Wim, dus dan weet je dat mijn broer vroeg is overleden. Ik dacht op een gegeven moment: ik ga de tijd onderzoeken, de zomer van 1945, toen hij nog mooi geborgen zat in mijn moeders buik. Meteen besefte ik ook dat ik zo weinig wist over die tijd, die voor veel mensen toch enorm bijzonder moet zijn geweest als eerste vrije zomer na de oorlog.”

Voor uw research deed u een beroep op sociale media, wat was de meest bijzondere reactie?
,,Van iemand uit een Limburgs dorp. In de zomer van 1945 zijn daar vier kleine kinderen om het leven gekomen. Ze gingen spelen in een weide waar oorlogsmunitie was achtergebleven. Afgelopen zomer is 75 jaar na dato een monument voor deze jongens opgericht. Het geeft de heftigheid van die gebeurtenis aan.”

Wat vond u het meest schokkend?
,,Wat de Joodse mensen is aangedaan. Ook nog in die zomer na de bevrijding. De weinige Joden die wisten te overleven, konden lang niet allemaal op de hartelijkheid en het mededogen rekenen die je toch zou verwachten.”

Bent u al bezig met een volgend boek?
,,Er staan voor dit voorjaar twee boeken op stapel: Huppelnederlands, waarin ik de vrolijkste woorden uit het Nederlands een podium geef (begin maart), en Op vakantie!, een boek over de geschiedenis van het fenomeen vakantievieren (begin mei).”

U woont in Eindhoven. Hoe bevalt dat?
,,Heel goed. Het is een ruim opgezette stad, met deels nog een dorps karakter, en met mooie dorpen eromheen. Er zijn in de stad veel culturele instellingen en er is veel te doen. Ik denk wel dat het goed zou zijn als de mensen van de plantsoenendienst worden uitgerust met bladblazers die geen herrie maken, of dat ze zoals vroeger weer gaan harken. “

Hoe was het om op te groeien in Aarle Rixtel?
,,Heerlijk. Ik was iemand die veel buiten deed en dat kon in mijn jeugd ook. Boomgaarden, bossen, voetbalveldjes, zelfs een moerasgebied, het was er allemaal. Een groot verschil met nu is het enorm toegenomen autoverkeer dat door het dorp komt. Dat is echt jammer.”

Heeft u altijd schrijver willen worden?
,,Ik was al wel vrij vroeg bezig met het schrijven van verhalen. Toen ik zestien was, maakte ik verhalen van de vakanties die ik met mijn vrienden doorbracht, zij allemaal op de brommer en ik bij een van hen achterop. Ik ben ook een tijdje leraar geweest, maar daar heb ik snel afscheid van genomen.”

Nederland is een topland omdat…
,,We met elkaar en met de overheid toch een heel acceptabele en zelfs prettige vorm van samenleven hebben ontwikkeld. Er gaat geregeld iets fout, maar over het algemeen genomen zijn onze vrijheden en voorzieningen iets om te koesteren.”

Uw dierbaarste jeugdherinnering is?
,,Marie-Louise en ik in de rups op de kermis in het dorp. Vijftien jaar waren we. Aan het begin van zo’n rupsritje kon je een flos die aan een touw hing eraf trekken. Als dat lukte, was het ritje gratis. Op een keer hebben we zo tien ritjes op een rij gratis in de rups gezeten. Samen in een voorthollende duisternis.”

Back To Top
×Close search
Zoeken